Minga

Geleidelijk opbouwen (2)

Idealiter start je de opleiding met een partijvorm 3 tegen 3 bij de jongste leeftijden. Zo rond 7 jaar. Daarin is ruimte voor dribbels en ontwikkeling van de technische vaardigheden van elke speler. Maar elke speler leert er ook langzaam kennismaken met de ruimte rondom zich én rekening houden met medespelers en tegenstanders. Dat is zeker niet makkelijk, maar dit bouw je stap voor stap op. Wij verkiezen 3 tegen 3 boven 2 tegen 2 omdat in de basis het driehoekspel centraal staat. Dat idee dient zo snel mogelijk geïmplementeerd te worden.

In de volgende fase integreren we een keeper. Dat is 5 tegen 5. Er worden dus 2 spelers aan het spel toegevoegd en we spelen op een ruimte van 35 bij 25 meter. In de categorieën U10, U11 en U12 voegen we weer twee spelers toe en spelen we op een terrein van 50 bij 30 meter. Dat is ongeveer de helft van de afstanden van het eindproduct. Deze 7 tegen 7 zie je ook regelmatig aan bod komen in Spanje, maar dan in de breedte van het veld.

Wat we bij andere clubs ook opmerkten, is dat in 8 tegen 8 de fysiek meest mature speler centraal op het middenveld werd gezet om de ploeg ademruimte te geven, sterker voor de dag te laten komen en zo meer kans te maken op een positief wedstrijdresultaat. Je kan je de vraag stellen of dat voor de ontwikkeling de best mogelijke keuze is.

Is het niet beter te kiezen voor twee centrale middenvelders, van wie er minstens één later matuur is? En daarnaast ook de afstanden van het veld aan te passen. Dat sluit nauwer aan bij de ontwikkeling van het kind op die leeftijd en komt ook dichter bij de realiteit te liggen.

Het probleem met te grote afstanden is dat spelers die langzamer ontwikkelen of later rijp zijn op een volledig veld meer lopen zonder bal dan ze de bal effectief raken. In eerste instantie is dat nefast voor de ontwikkeling en de spelvreugde van de speler. Je creëert zo ook algauw langs de lijn een perceptie die niet strookt met het potentieel van de speler in kwestie. Allicht vloeien daar dan verkeerde conclusies uit.

Een interessant onderzoek zou kunnen zijn om eens na te gaan hoeveel drop-outs er zijn wanneer er in clubs van 8 tegen 8 naar 11 tegen 11 wordt overgegaan. Alsook om eens te bekijken hoe het statuut of de positie van een speler in die ploeg doorheen de tijd kan veranderen en hoe zich dat dan manifesteert op lange termijn.

Alvorens we bij de U15 overstappen naar 11 tegen 11 speel je best nog twee jaar 9 tegen 9 op een veld van 75 bij 50 meter. Dat is eigenlijk van het ene zestienmetergebied naar het andere. Het is een systeem dat we alleen nog maar in Portugal zagen.

Wat we dus telkens doen, is de wedstrijdsituatie 11 tegen 11 vereenvoudigen tot kleinere vormen met behoud van de essentiële elementen uit het eindproduct. We kiezen de weg van de geleidelijkheid door in elke fase telkens twee spelers toe te voegen.

keyboard_arrow_up

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x